home
kunstnamengeloofetentaal
gebouwenleven en cultuurgeschiedenis
Wat was de invloed van de Joden op het Nederlandse eten?

Welke gerechten zijn dan wel Joods/Nederlands?
Een van de bekendste is de gemberbolus, waarvan het recept hieronder. Maar ook kunnen we denken aan boterkoek, latkes (aardappelkoekjes), challe (gevlochten brood), osseworst, matzes (tijdens de Pesach) en knishes.

De Joden hebben zeer verspreid over Europa gewoond en namen gerechten uit die landen mee. Het is dus moeilijk om te zeggen wat typisch joods eten is. Wel is er een belangrijk kenmerk aan Joods eten. Het moet bereid zijn volgens de spijswetten en dan noemen we het koosjer.
Heel kort gezegd eten Joden geen varkensvlees en is er een aparte keuken voor gerechten met zuivel en gerechten met vlees. Streng gelovige Joodse gezinnen hebben dan zelfs apart bestek en 2 vaatwassers. De gerechten die men overnam uit de gebieden waar men woonde werden soms zo aangepast, dat ze voldeden aan de spijswetten.
De moderne Joodse kookboeken geven wel veel recepten, maar vaak zijn dit ook moderne Joodse recepten, zoals falafel, hoummous en dergelijke waarbij ingrediënten worden gebruikt die nu vaak worden gegeten in Arabische en Noord-Afrikaanse landen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

Ingrediënten voor 12 bolussen

Voor het deeg:

  • 20 centiliter melk
  • 2 theelepels gedroogd gist
  • 2 theelepels suiker
  • 350 gram bloem
  • 2 theelepels kaneel
  • 2 eetlepels boter
  • 1 ei

Voor de vulling:

  • 200 gram gekonfijte gember
  • 4 eetlepels gembernat
  • 2 eetlepels (vanille)suiker

Voor de siroop:

  • 4 eetlepels water
  • 4 eetlepels suiker
  • 2 eetlepels gembernat
  • 4 eetlepels boter

Voor het werkvlak:

  • 4 eetlepels suiker
  • 1 theelepel kaneel

 

 

Bereiding

Maak het deeg:
Verwarm 20 centiliter melk tot handwarm en doe over in een kom. Doe er 2 theelepels gedroogd gist en 2 theelepels suiker bij en zet de kom tien minuten weg. Meng in een grote kom 350 gram bloem met 2 theelepels kaneel, 2 eetlepels zachte of gesmolten boter en een heel ei. Voeg de melk toe en roer en kneed alle ingrediënten tot een samenhangende bal. Voeg als het deeg te plakkerig blijft eventueel nog een eetlepel bloem toe. Kneed het deeg tien minuten op een schoon werkvlak, tot het soepel wordt. Maak er een nette bal van, doe die in een kom en zet de kom in een plastic zak op een warme plek. Laat het deeg dertig à zestig minuten rijzen. Het hoeft niet in volume te verdubbelen.

Maak de vulling:
Hak 200 gram gekonfijte gember, 4 eetlepels gembernat en 2 eetlepels (vanille)suiker tot puree met de hand of in de foodprocessor. Zet apart.

Maak de siroop:
Breng 4 eetlepels water, 4 eetlepels suiker, 2 eetlepels gembernat en 4 eetlepels boter aan de kook. Laat de siroop een paar minuten zachtjes doorkoken. Zet apart.

Bestrijk de binnenkant van een muffin-vorm of 12 bakjes voor crème brûlée of 12 cakevormpjes o.i.d. met de siroop. Neem het gerezen deeg, kneed het kort en verdeel het in 12 gelijke delen. Vermeng in een bord 4 eetlepels suiker met 1 theelepel kaneel. Neem een stukje deeg en rol het door het suikermengsel. Strooi ook wat van het mengsel op het werkvlak, tegen het plakken. Rol het deeg uit tot een dunne plak van ongeveer 6 bij 25 centimeter. Leg in het midden over de hele lengte een streep vulling. Vouw het deeg over de vulling heen en druk de rand licht samen. Vouw het deeg zo mogelijk nog een keer dubbel tot een lange worst. Doe de worst in een bakje in de vorm van een slakkenhuis (van een bolus). Draai van buiten naar binnen en stop het puntje weg. Vul zo alle bakjes. Doe op elke bolus een eetlepel warme siroop en laat ze een half uur rusten. Ze hoeven wederom niet zichtbaar te rijzen. Dat doen ze in de oven wel. Verwarm de oven voor op 180 graden C. Bak de bolussen 15 minuten of tot ze licht beginnen te kleuren. De kern moet maar net gaar worden. Haal ze uit de oven en neem ze voorzichtig uit de enigszins afgekoelde vormpjes. Zet ze op vetvrij papier of op twee borden, bestrijk ze nog een keer met de rest van de siroop en laat ze afkoelen. Eet nog warm of opgewarmd.

© Naar een recept van Polak & Polak, Recepten uit de joodse keuken (Amsterdam, 1996)